Doneren 

Wil je Harry en Lisette steunen?

Binnen een opmerkelijk korte tijdspanne ontsnappen we op zaterdagochtend aan de Utrechtse sleur, die we wel drie dagen kunnen missen. Want in een eveneens opmerkelijk ruime Picanto tuffen we in minder dan 140 minuten naar de stad die al in de grachten weerspiegelde en bruiste van leven toen een dam op de Amstel nog gekkenwerk was. 

Allesbehalve vanzelfsprekend dat er weinig ijs gebroken hoeft te worden, maar het is zo. We worden binnengehaald gelijk broeders en zusters, als ware wij verloren supporters van de lokale KAA. 

Moester de Max

Vier Nederlanders, één stroppendrager (lees: Gentenaar), en een droom van een stadsranch net aan de andere kant van de snelweg. Een precies fris genoeg zonnetje had bij uitstappen al een lach op al onze gezichten getoverd en er worden dus geen geforceerde moppen verteld. We kijken naar een van de panden die deze stichting, die al 44 jaar een belangrijk maatschappelijk verschil maakt, haar onafhankelijkheid heeft gegeven. Daardoor kon het niet verslonden worden door tijd, regels of mode. Ja, hier leren, werken, wonen en – vooral – leven mensen zoals wij. Vaders, moeders, dochters, zonen, werkend aan perspectief, al dan niet door het leven getekend. 

Wat ons allemaal bindt is dat we werken aan herstel van psychische ontwrichting, en dan is het werkelijk onbelangrijk of we daar door persoonlijke ervaringen zijn gekomen of niet. Omdat het zaterdag is, zit er lang niet zo veel volk als doordeweeks. Bovendien ligt er een diepe rechte sleuf over het terrein, omdat er twee tiny houses op komen te staan die aangesloten moeten worden op de voorzieningen.

Op de voordeur lezen we dat het komende week Pannenkoekenslag is. Binnen in de grote ruimte vergapen we ons aan de hoogte van het spant, en het podium waarop wij later zullen spreken, en waarop een van ons zelfs twee nachten gaat slapen. In alles wekt deze ruimte de indruk dat hier niet alleen wordt geleefd, maar ook doorleefd. En al zou je dat vergeten, snel hoor je het gebalk van de albino-ezel die niet alleen gratis was, maar ook broos en liefdevol wordt verzorgd door een zondagse vrijwilliger die zich altijd van zijn taak kwijt.  

Stralend leidt de snel afzwaaiende coördinator van wie ons hart een sprongetje maakt ons door de enorme keuken, door de voorraadvertrekken, naar de doucheruimtes achter in het pand. Deze zijn, ondanks dat ze binnenkort vervangen worden, strak in de verf gezet door een vrijwilliger die de hal ervoor aan het witten was en goed bezig de douches ook maar even meepakte. Met zes Leffe’s laat de coördinator ons uiteindelijk gerust, om van de welverdiende weekendbreak van zijn wel al begonnen nieuwe job te gaan genieten.

Iedereen die hier komt, komt met een reden

De sleur van de lockdown hadden we dus goed te pakken gehad. Maar eindelijk waren we weer op internationaal pad in een nieuwe ‘learning expercience trip’. Voor ons betekende dit dat wij gedurende het weekend mochten verblijven in het oogstrelende Gent, om daarna op maandag een dag les te geven aan medewerkers van De Moester en beschermd wonen organisatie IPSO BW.  

Na op zaterdagmiddag en -avond de stad Gent verkend te hebben brachten vier leenfietsen ons terug naar de Moester. En terwijl de nacht overtrok, sliepen wij in de muziekzaal, op het podium en in de kantoorruimtes. Om vervolgens in de morgenstond bruusk de zondagse routine van de dierenverzorger te verstoren. Aan een tafel in de grote ruimte sprak hij geen woord Spaans: 

“Niks zeggen tegen me.

Het duurde even voordat hij gereset was. Later vond hij de woorden om zijn houding te verklaren. 

“Ik kom al 20 jaar bij de Moester, ik verzorg de dieren in het weekend. Dat vind ik heerlijk want dan kom ik niemand tegen. Precies met die reden kom ik hier.”

Na het ontbijt wagen we een oversteek naar de andere kant van de stad, om koffie te drinken bij twee zeer warme en gastvrije familie-ervaringsdeskundigen. Als ouders van twee zonen met allebei een gevoeligheid voor psychose leggen ze ons uit hoe zij zich “stiefmoederlijk bedeeld” kunnen voelen door de geestelijke gezondheidszorg. Waardoor het soms lijkt dat enkel de hoogst noodzakelijke zorg ook nog op een kille manier geboden wordt.

Op de fiets arriveren we niet veel later na het afzwaaien van onze gastheer en -dame bij het grote Begijnhof Sint Elisabeth. Op deze plek, die “De Verstilde Rust’ genoemd wordt, leefden alleenstaande vrouwen, die samen als een katholieke gemeenschap leefden zonder geestelijke geloften af te leggen. Wel moesten zij beloven de regels van het hof te volgen zolang ze Begijn bleven. En ze moesten in hun eigen levensonderhoud voorzien.

Qua decor was de stap niet heel groot toen we het terrein van museum Dr. Guislain op reden. Dit museum is namelijk binnen de muren van een negentiende-eeuws gesticht ondergebracht. Wij bezochten de tentoonstelling ‘Op losse schroeven, over zwartkijkers, zenuwpezen en zielenknijpers’, waarin het museum op voortreffelijke wijze verhalen laat zien over waanzin, de diepste vormen van menselijk lijden en het verlies van rede en bewustzijn. 

Genietend, napratend en met alweer met het gezicht richting hemel in het voorjaarszonnetje op het terras, werden we aangenaam verrast. Allereerst door de smaak van wat Belgisch bier moet zijn, maar ook door een e-mail van X. X is erbij maandag, als we training geven, ondanks dat hij de zorg voor zijn moeder én schoonmoeder draagt. Maar X wil ook zijn verhaal vertellen, over hoe hij geschoold raakte in ontwrichting en herstel daarvan.

En maandag hebben we er samen met onze Oost-Vlaamse collega’s een toptraining van gemaakt, niet in de laatste plaats door de meeslepende bijdrage van X. Beduusd en nederig van dankbaarheid stapten we ten slotte weer de Picanto om Gent achter ons te laten. Fantaserend over de gastvrije Moester, waar op dit moment Oekraïense vluchtelingen schuilen voor de horror en waanzin van de oorlog.

Moester de Max.

About the author 

HarryGras

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>