Doneren 

Wil je Harry en Lisette steunen?

Column: Harry Gras
___________
OP EIGEN WIJZE

11 mei
Eindelijk mag hij het Grappenhaus verlaten, zoals hij het noemt. Bepakt en bezakt
verlaat hij de kliniek. Hij heeft dikke wollen kleding aan. Het weer is erbarmelijk. Koud,
regen en harde wind. Ik vraag of ik hem ergens heen moet brengen. Hij kijkt me even
aan, zegt niks en loopt met een ferme pas van me weg.
Deze man van midden 50 heeft lang verbleven tussen vier muren. Hij vertelt: ‘Het
heeft me geen reet geholpen, ik zit helemaal klem’, om vervolgens op te gaan in zijn
eigen gedachten. Je moet heel goed luisteren om hem te volgen. De dagen erop zijn
we hem kwijt. Hij ligt ook niet onder zijn brug. Vrijdagmiddag tref ik hem daar
eindelijk. Hij laat toe dat ik naast hem kom zitten. Hij zegt: ‘Ik heb het goed voor
mekaar, niemand die me hier kan zien en ik heb mijn wollen muts op en dan ga ik op
een manier leggen in mijn slaapzak dat niemand me ziet.’
Onderwijl sijpelt de regen tussen de kieren van het beton door en het autoverkeer en
de trein dendert boven en naast hem. Het is een herrie van jewelste.
15 zaterdag.
Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen en voel me klote. Gedachten en gevoel gaan
van mijn hoofd naar mijn hart. Ik zeg tegen Lies, mijn echtgenote: ‘Ga je mee naar
Karel?’ ‘Ja natuurlijk’, zegt ze. We rijden eerst langs het kantoor om een sheltersuit te
halen. We parkeren onze auto in een vogelaarwijk en kijken naar een flat die nodig
een opknapbeurt nodig heeft. ‘Jezusmina’ zeggen we vol verbazing tegen elkaar.
We lopen een stukje over het fietspad en komen bij de brug aan, we zien hem liggen
en klimmen over een klein hekje. Werkelijk alles is doorweekt. Samen trekken we de
sheltersuit uit de zak en maken zijn bed op. Onderwijl stoppen de mensen, maken

foto’s, filmpjes en ik roep ‘wegwezen’. Ik bespreek nog of hij niet ergens anders heen
wil. Hij wil het niet en doet veel op zijn Eigen Wijze.
Ik vraag of ik morgen niet een warme hap voor hem zal meenemen. Hij knikt. ‘Wat wil
je hebben?’, vraag ik. Bloemkool met een karbonade en de aardappels niet te zacht,
anders zitten er geen vitamines meer in. Tegelijkertijd zingen we “met een papje“ en
beginnen te lachen. Edwin Rutten was dat, zegt hij lachend. Hij wil het zonder een
papje.
Zondag 16 mei
Ik bel mijn collega Helga en vraag of ze vanmiddag meegaat naar Karel. Dat bezoek
beschrijft Helga op een prachtige manier die ze op de fitlister LinkedIn zet.
Harry belt vanmorgen of ik meega, eind van de middag, om een maaltijd bloemkool
met een stukje vlees naar een cliënt te brengen die nu sinds vier dagen onder een
brug slaapt. Tuurlijk, tot vanmiddag. Terwijl ik mijn huis sta schoon te maken belt
Harry weer. Ik ga er nu heen, want hij belt net dat hij doorweekt is en het niet meer
trekt. Oké, pik je me op? Eenmaal aangekomen treffen we een doorweekte man met
al zijn natte spullen. We laden zijn spullen in de auto en brengen hem naar de opvang.
Eenmaal op het terrein daar pakt hij zijn spullen op, kijkt ons aan en zegt: “Hier ga ik
echt niet blijven.” Hij draait zich om en we zien hem verdwijnen. Allebei zijn we diep
geraakt door alles. Zo niet lekker in je vel zitten dat je de straat boven een warme plek
verkiest. Misschien ben ik oud aan het worden dat het me zo raakt, zegt mijn collega.
“Nou ja, in dat geval zitten er twee oude lullen in de auto”, zeg ik. Inmiddels sta ik nu
mijn eten te koken, dit terwijl ik eigenlijk geen trek meer heb. Waar zou hij zijn nu?
Denk ik. Rustig aan man.
Helga Boterman en Harry Gras

About the author 

HarryGras

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>